22 oktober 2015

Koffieklets: Damianne Langedijk


Damianne Langedijk is een negentienjarig meisje uit Nederland. Een jaar lang woont en werkt ze in Leuven als au pair en elke donderdag fietst ze naar haar kunstlessen aan de Leuvense Academie voor Beeldende Kunsten. In haar vrije tijd doet ze niets liever dan fotograferen, piano spelen, dingen creëren en samen zijn en op avontuur gaan met haar vriend. Ooit vertelde een Zweeds meisje haar dat ze de wereld omarmt, en dit beaamt ze. Damianne kan erg genieten van de natuur die elk seizoen verandert en ook is ze een echte dierenliefhebber. Verder leeft ze soms in een droomwereld waarin ze continu fantaseert over mooie kleding en interieur, over nu en later, samen met haar vriend. Tot slot maakt het haar blij om mooie kleuren en kleding bij elkaar te zoeken en dingen te maken voor anderen. Ik ging met haar een heerlijke kop thee drinken bij Koffie en Staal in Leuven.

Welke drie woorden kies je als je jezelf moet omschrijven?
Allereerst gevoelig. Wanneer ik een mooie zin lees in een magazine bijvoorbeeld, dan komen er soms al tranen in mijn ogen. Van zeer kleine dingen kan ik intens verdrietig of juist heel gelukkig worden. Het is niet altijd gemakkelijk om alles zo heftig te ervaren, maar langs de andere kant hoort het heel erg bij mij. Ik ben mezelf hierdoor altijd heel erg bewust van het leven en ik ervaar alles zeer intens: ik denk dat dat wel iets mooi is.

Als tweede woord kies ik voor dromer. Vroeger was ik als klein meisje eens mijn koetjesknuffel kwijt, ik heb toen heel lang gezocht en na een tijdje vertelde mama me lachend dat ik de knuffel gewoon in mijn hand had. Ik was alweer vergeten waar ik naar zocht. Zoiets zou me nu nog kunnen overkomen. Ik ben een dagdromer, in mijn hoofd dwalen duizend en één gedachten rond. De hele dag door. Over fijne dingen waar ik me op verheug, maar helaas ook veel gepieker. Al hoort dat er natuurlijk bij.

Ten derde kies ik het woord nostalgisch. In mijn hoofd ervaar ik bijvoorbeeld muziek en geuren die bij bepaalde gevoelens horen heel heftig, ben ik steeds bezig met herinneringen en dingen van toen ik klein was. Ik blijf zo geïnteresseerd in vroeger en vergeet soms een beetje in het nu te leven. 
Ik zie alles heel romantisch, eigenlijk denk ik vaak in een soort mooi, ideaal verhaal. Ik romantiseer dagelijkse dingen en ze als een gebeurtenis in een film of een boek. Dit past bij mij en mijn stijl: de hoofdrol spelen in mijn eigen levensfilm. Vaak denk ik in de zij-vorm over mezelf: "met rode lippenstift op en haar mooiste jurk aan gaat ze naar de supermarkt, haar krullen dansen in de wind" of "ze drinkt rode wijn in bad".

Je bent Nederlandse maar woont sinds mei in Leuven waar je werkt als au pair. Waarom de beslissing om au pair te worden?
Ik ben altijd naar een vrije school geweest. Daar wordt naar ieder individu gekeken en wordt er niet alleen met het hoofd maar ook met het hart en de handen geleerd. Dit heeft mij gevormd tot wie ik nu ben. Naast taal en rekenen kregen we creatieve vakken zoals toneel en muziek, moesten we op de kleuterschool knuffels breien en broodjes bakken, dansen, tekenen, zingen en tuinieren. Op jonge leeftijd leren hoe je zelf iets kunt verzinnen en maken, en dit ook met volle overgave kunnen doen, is goed voor je verdere ontwikkeling. Ik geloof hierin.


Toen ik het laatste jaar van het middelbaar ging afmaken op een montessorischool in plaats van op mijn vorige vrije school, voelde ik me daar helemaal niet op mijn plaats. Door mijn overgevoeligheid had dit ontzettend veel impact op hoe ik me voelde, zowel fysiek als mentaal. De omgeving en de nieuwe mensen die zo verschilden van mezelf, maakten me letterlijk ziek. Ik kon niet meer volgen doordat ik alle lessen miste en het maakte me ongelukkig. Mijn mama en ik praatten er veel over en het leek ons allebei het beste voor mezelf om met iets anders bezig te zijn. Ik besloot om een nieuw avontuur te beginnen en dat werd au pair worden in Leuven. Ik koos voor Leuven omdat ik dat al langer een fijne oude stad vond. België is niet al te ver van thuis maar toch iets compleet nieuw, heel spannend. Et voilà, nu ben ik er au pair voor twee kleine kindjes, een jongetje en een meisje.

Welke waarden en ideeën wil je doorgeven of aanleren aan die kindjes voor wie je zorgt als au pair?
Ik vind het allereerst heel belangrijk om echt te luisteren naar hen en geïnteresseerd te zijn. Hun fantasie serieus te nemen en erin mee te gaan, want fantasie vind ik een van de mooiste dingen die er zijn. Maar ook om de kinderen daarbij te laten genieten van het kind-zijn en hen zo min mogelijk stress te laten ervaren, die ze misschien wel soms voelen door hun druk werkende ouders. Ik probeer dus alle tijd voor ze te nemen.

Het intensieve passen op twee jonge kinderen maakt me heel bewust van wat ik later zelf wel en niet wil in de opvoeding van mijn eigen kindje(s). Het liefst geef ik deze kinderen zo veel mogelijk mee van het creatieve en ook om ruim te denken. 

Soms heb ik vage jeugdherinneringen van toen ik nog heel klein was. Die waren zo fijn en rustig. Hierdoor weet ik heel goed dat ik dat zelf belangrijk vind. Als ik het meisje van drie uit haar bedje haal wanneer ze niet kan slapen neem ik haar mee naar mijn kamer en zing ik zacht een liedje of vertel ik over de maan en de sterren. Ik hoop dat ze, wanneer ze terug denken aan deze tijd, net zo'n fijn gevoel hebben als ik over vroeger. Wat ik overigens ook merk aan het au pair werk is hoe het (op een andere manier) herinneringen aan mijn eigen jeugd laat terugkomen. Ik zing liedjes met ze op de fiets die mijn mama vroeger met mij zong: "Hoor de zwaan zingt" en "herfst herfst wat heb je te koop".

Ik vind het tenslotte heel bijzonder om mee te maken hoe de kindjes groter worden en, vooral bij het meisje, heel erg mee te krijgen hoe ze het praten ontwikkelt en graag nieuwe woorden wil leren en die ook overneemt. En soms al hele mooie zinnen maakt.

Als au pair heb je overdag veel vrije tijd. Wat doe je tijdens je vrije uren? 
In de morgen, meestal nadat ik de kinderen naar school heb gebracht, doe ik eerst een uurtje yoga en vind ik het leuk om een mooi ontbijt voor mezelf te maken, met alles erop en eraan. 

Mijn kamer hier is heel groot, bijna een soort atelier. Overal heb ik zithoekjes met vele dekens, tapijtjes en zelfgemaakte kussentjes. Ik steek graag kaarsen aan en zet een jazz-cd op. Omringd door materiaal ga ik vaak op een tapijtje of aan mijn bureau dingen maken. Hier kan ik mezelf eindeloos mee bezig houden en er rust in vinden, mijn koffie koud laten worden door de tijd uit het oog te verliezen. Ik verf bijvoorbeeld graag in een mooi waterverfboek dat ik kreeg van mijn lieve vriendje, maak knuffeldiertjes van vilt, knip en plak met papier, schrijf in mijn dagboek of maak brieven voor mijn pennenvriendinnen. Ik hou van breien en maak soms kledingstukken. Ook sta ik veel voor de spiegel, dan zoek ik eindeloos outfits uit voor de dagen erna. 

Verder fiets of wandel ik veel door de natuur en verzamel ik hetgeen dat ik onderweg vind. Elke wandeling, ook al is hij naar de supermarkt, heeft zijn eigen herinnering die ik wil bewaren door middel van een stukje uit de natuur: bijvoorbeeld een herfstblad en een kastanje.


Soms heb ik nood aan een goed gesprek en dan bel ik mijn mama, vriendje of beste vriendin, maar ik ben ook graag alleen. Ik denk dat ik tijdens dat eerste half jaar dat ik hier in Leuven woon, al heel erg heb geleerd om alleen te zijn. Langs de andere kant heb ik hier in België al verschillende lieve, inspirerende mensen ontmoet. 

Je volgt een opleiding aan het SLAC, de academie in Leuven. Welke opleiding exact?
Ik volg de opleiding voor beeldende kunsten. Dit jaar is een beetje een basisjaar, we leren vooral verschillende technieken met allerlei materialen. De lessen zijn heel erg vrij, niets moet en alles mag, het is niet erg om fouten te maken en zoals de Vlaamse juffrouw zegt: alles gaat 'stapke voor stapke' en daar voel ik me goed bij. Er is geen haast bij en dat voelt bijzonder want tegenwoordig moet alles zo snel en van de eerste keer goed zijn.

Enkele van Damianne haar tekeningen
© Damianne Langedijk
Ik merk dat mijn hart steeds meer uitgaat naar dingen maken en wil me het liefst beetje bij beetje specialiseren. Ik ben dan ook van plan om nog lang door te gaan op de academie. En daarbij misschien in een fijne winkel te gaan werken. Ik hoop uiteindelijk voor één specifieke richting te kiezen, ik twijfel nog een beetje tussen textielkunst of illustratie. De textielartiesten Mae Engelgeer, Hermine Van Dijck en Lotte Janssens maken prachtige dingen, zij inspireren me enorm. Dankzij hen lijkt het me geweldig om iets te gaan doen met stoffen en handwerk.

Op jouw blog en Instagram-account komen vaak tekeningen van jou voorbij. Wat teken je het liefst?
Het grappige is dat ik eigenlijk helemaal niet goed kan tekenen, verhoudingen en perspectief vind ik heel moeilijk. Ik teken vooral graag diertjes in een eigen verzonnen fantasiewereld. Een beetje op een kinderboekenmanier. Dansende vossen of katjes die taart eten. Een grote vos die een haasje achter na zit en "ha ha ha haaaa" roept. Verder experimenteer ik graag met waterverf en zachte pastelkleuren. Ik word blij van mooie kleurtinten bij elkaar. Ik knip graag mooie vormen en kleuren. 

Kan je jouw stijl eens beschrijven?
Het klinkt misschien gek, maar ik kan echt gelukkig worden van een mooi nieuw kledingstuk. Langs de ene kant hou ik van mooie, eenvoudige kledij van goede kwaliteit. Aan de andere kant kan ik uren neuzen tussen oude stukken en word ik blij als ik dan een bijzonder stuk vind. Bijvoorbeeld een rokje met een mooie bloemenprint waarvan ik niet weet wie de vorige eigenaar was. Dat heeft iets mysterieus en interessant.


Op vlak van interieur geldt hetzelfde: een mengelmoes van modern en strak, lichte tinten en natuurlijke materialen. En af en toe een mooi, vintage item. Of iets industrieel en mechanisch kan ook prachtig zijn.
Een interieur moet vooral persoonlijk zijn. Zelfgemaakte dingen, of stukken gevonden tijdens een vakantie of uit de natuur of iets dat je na heel lang zoeken eindelijk vindt in een kringloopwinkel. Daarnaast ben ik dol op (Scandinavisch) design, maar dat zie je tegenwoordig helaas overal.

Verder ben ik opgegroeid met wereldmuziek en klassieke muziek. Daar luister ik nog steeds graag naar. Spaanse muziekjes tijdens de tapas of bijvoorbeeld Portugese fado's bij het natafelen. Zelf speel ik piano en luister ik graag naar Erik Satie ter inspiratie. Voor mijn zestiende verjaardag kreeg ik een oude platenspeler uit de jaren vijftig en daarvoor koop ik jazzplaten of oude Franse platen voor een paar euro. Ook luister ik graag naar IJslandse bands, ik vind dat experimentele dat typisch is voor IJslandse muziek heel mooi. Op vrijdagavonden vind ik het leuk om met mijn beste vriendin door de huiskamer te dansen op de muziek van Jungle by Night en New Cool Collective.
Ik hou echt van muziek, ik koppel het ook aan herinneringen en bepaalde periodes. 

Ik weet dat je graag luistert naar Franse muziek, dat je de Franse vrouwen de mooiste vindt van allemaal en dat je ook een liefde hebt voor de Franse taal. Schuilt er stiekem een Française in jou?
De Franse taal is rustig en subtiel, soms bijna fluisterend, dat vind ik zo mooi. De liedjes van Carla Bruni doen me denken aan een oude Franse zwartwit-film. Nu en dan vind ik het leuk om te doen alsof ik zelf de hoofdrol speel in zo'n film. Om met een oude rode schilderskoffer en een hoed op naar mijn  kunstlessen te gaan bijvoorbeeld. Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain is ook mijn favoriete film en kunstwerk. Een prachtige Franse film die ik nooit zal vergeten en die veel invloed heeft gehad op mijn liefde voor de Franse ouderwetse stijl. De wereld van vroeger intrigeert mij. Soms vind ik het jammer dat ik nu leef en niet vijftig jaar geleden. 

De naam van jouw Instagram-account en blog is “mevrouwzonneglimpjes”. Kan je die naam uitleggen?
Ik verzin veel woorden: poezenkindertjes of herfstblaadjestafereel. Zwierejurkje, huppelpaadje. Ik heb zelfs een schriftje vol zelfbedachte woorden of woorden die ik gewoon mooi en bijzonder vind. Volgens mij bestaat het woord 'zonneglimpjes' niet eens. Thuis in mijn kleine, lichte kamertje kwamen 'glimpjes' zon me weleens spontaan vergezellen. Ik keek er vaak naar en vond het zo'n mooi verschijnsel, het zijn eigenlijk een soort lichtpuntjes. De kleine verlichte deeltjes komen soms terug in mijn foto's. Het posten van een mooi plaatje maakt me blij, dit zie ik als een lichtpuntje wanneer het even wat tegen zit.

Je hebt sinds een jaar een vriendje, Meneer Zonneglimpjes. Hoe voelt het voor jou om verliefd te zijn?
Job (zijn echte naam) en ik horen echt samen, we houden elke dag een beetje meer van elkaar. Ik kan me niet voorstellen wat ik zonder hem zou moeten. Het bijzondere is dat we allebei ook verliefd blijven, we dromen over de toekomst en over de reizen die we nog willen maken. Voor het slapengaan fantaseren we bijvoorbeeld over dat we in een vuurtoren willen wonen aan zee met schapen op de dijk en dat ik warme vesten maak van hun wol. Of over dat we ooit samen een ontwerpersbureau willen beginnen. 

Mis je hem wanneer je in België bent?
Heel erg. En dit is ook de minder fijne kant aan de liefde. Het is heel zwaar om elkaar zo te missen en zo ver weg te zijn, ik heb soms ook last van verlatingsangst. Meestal maak ik aan het begin van de week mijn koffer voor het weekend alvast klaar. Met de outfits die ik bij hem wil gaan dragen. Of maak ik een klein cadeautje voor hem en dat pak ik dan mooi in. Dat zijn dingen die mij helpen bij het gemis. Ik kan stiekem niet wachten tot we samen in een fijn huisje kunnen gaan wonen. Dan zou ik door en door gelukkig zijn. 

Je hebt heel veel notitieboekjes. Wat schrijf je daar allemaal in?
Ik schrijf bijna elke dag: gedachten, gevoelens en dingen die in mijn hoofd zitten, die ik moeilijk vind of juist wat me blij maakte. Dingen die ik niet wil vergeten of waarover ik nadenk, nieuwe inzichten. Vooral voor het slapengaan, het helpt me bij de overschakeling van de dag naar de nacht. Af en toe noteer ik weer dat poëtische dat ik eerder beschreef, zinnetjes in de zij-vorm over mezelf. Ik stel me soms voor dat iemand alles leest en eigenlijk lijkt me dat helemaal niet erg. Ik zou het zelfs zonde vinden dat niemand het ooit te zien krijgt. Langs de andere kant is het ook wel erg persoonlijk. 

Enkele notitieboekjes van Damianne
© Damianne Langedijk
Als je iets zou kunnen gaan drinken met eender welke persoon (dood of levend), wie zou je kiezen?
Toen ik een stuk jonger was, had mijn halfbroer een hele mooie, kunstzinnige vriendin. Ze is Franse en inspireert me. Wanneer ik er logeerde gingen we met pruiken naar de supermarkt, plukten we vijgen in de boomgaard en bakten we koekjes. Ik heb hier hele fijne herinneringen aan. Mijn halfbroer zie ik veel te weinig en die mooie vriendin heb ik al jaren niet meer gezien, maar ik moet veel aan hen denken. Het zijn zulke lieve, fijne mensen. Ik zou ze graag weer eens zien.

Welk seizoen vind je het fijnst?
"Today is my favorite day", zei Winnie The Pooh. Dat heb ik met seizoenen. Ik kan heel gelukkig worden van herfstbladeren in de mooiste kleuren en de geur van mandarijntjes. In de winter van de eerste sneeuwvlokken en in de lente van de bloesembomen. De zomerse eindeloze, lange avonden. Elk seizoen heeft iets mooi en bij elk nieuwe seizoen denk ik: "dit is mijn lievelings". 

Welke herinnering uit jouw leven is de mooiste?
Vorig jaar maakte ik met Job een fietstocht door de koude nacht, met de tent achterop op onze fiets. Het was een herfststorm in november. We kenden elkaar nog maar een week maar stiekem waren we al zo dol op elkaar. Ik had hoofdpijn en moest steeds stoppen. Bij de derde stop stotterde hij voor het eerst "ik hou geloof ik een beetje van je" en de rest van de fietstocht durfden we elkaar nauwelijks aan te kijken. Het maakte me zo gelukkig dat er een jongen was die van me hield en het was (en is nog steeds) enorm wederzijds.

Je bent een echte kattenliefhebster. Hoe komt dit?
Een kat is trouw, geeft troost en is er altijd. Tijdens die nare periode op de montessorischool vond ik veel troost bij mijn kat Sinne. Ze zat 's ochtends bij mijn ontbijt braaf te wachten tot ze het yoghurtschaaltje uit mocht likken, ik wenste haar een fijne dag en wanneer ik 's avonds terugkwam lag ze in haar mandje voor het raam en rende ze naar de deur wanneer ze me zag, kwam ze spinnend in mijn armen en huilde ik soms in haar vacht. 


Katten zijn eigenwijs en grappig, eigenzinnig en toch ook aanhankelijk. Ik schrijf graag gedichtjes over ze vanwege deze leuke karaktereigenschappen. Dat deed ik eigenlijk altijd al: vroeger op school verstopte ik me graag met een vriendinnetje en samen schreven we ellenlange verhalen Lowie, met mijn kat van toen, in de hoofdrol. Wanneer Job en ik over onze toekomst fantaseren en hij ons katje vergeet te noemen, krijgt hij van mij op zijn kop, om te lachen natuurlijk. Katten zijn voor mij een belangrijk onderdeel van het gezin.

Als ik je vraag of je een meisje bent, of een vrouw, dan kies je voor meisje. Waarom?
Deze periode is volgens mij een tussenfase: ik voel me nog geen volwassen vrouw maar ik ben ook geen meisje meer. Ik vind het soms triest om groot te worden: het besef dat ik het vanaf nu alleen moet doen en dat je het uiteindelijk moet doen met jezelf. Het liefst bleef ik voor altijd een meisje.

Breng zeker een bezoekje aan Damianne haar blog en aan haar Instagramaccount.

20 oktober 2015

brief aan mijn zusje



Lieve zus,

Zeventien ben je nu. Een gouden leeftijd. Het kleine meisje met de twee staartjes is al lang verdwenen. Jouw tanden staan nu recht en je bent onafhankelijker dan ooit.

Langs de ene kant denk ik: blijf dat kleine meisje. Lief en schattig en aandoenlijk. Vol nieuwsgierigheid naar de wereld, maar toch zichzelf verbergend achter haar naasten, uit verlegenheid.

Maar langs de andere kant vind ik het zo mooi om te zien hoe je jezelf vastberaden een weg baant door de puberteit, richting volwassen-zijn. Je humor wordt harder, je trekken meer uitgesproken, je vormen ronder, je karakter eigenzinniger, je ogen feller. Je wordt meer jij, en het is zo mooi om te zien hoe je dat doet.

Gooi je cocon van je af en schud je vleugels en veren, lieve zus. Blijf trouw aan jezelf, verloochen nooit je eigen waarden en verlies alsjeblieft het kleine meisje in jezelf nooit volledig. Hou vast aan de liefde en kies je partner met zorg. (Je huidige is een goede keus!) 

Maar bovenal: word een prachtige en unieke vrouw, één uit de duizend.

Want dat ben je.

Al het liefs van je grote zus,
Jade

10 oktober 2015

Koffieklets: Hella Buttiens

De naam Hella Buttiens laat bij de meeste mensen misschien niet meteen een belletje rinkelen, maar waarschijnlijk doet lafillehella.blogspot.com dat wel. Op die blog deelt de 21-jarige Hella wat ze zoal creëert met haar naaimachine: dat gaat van rokjes voor haarzelf tot babycadeautjes en hebbedingen. En of het nu voor zichzelf is of niet: alles wat Hella creëert met haar naaimachine, wordt met liefde gemaakt.

Vanwaar die liefde voor naaien?
Een vriendin van mijn mama naaide veel voor haar kinderen en zo zijn die kriebels ontstaan. Samen met haar heb ik een paar keer een simpel rokje voor mezelf genaaid en daarna ben ik begonnen met naailessen. Eerst volgde ik een jaar les in Hasselt maar daar voelde ik me niet op mijn gemak. Die lesgeefsters leken niet blij met iemand als ik: jong en onervaren. Ik ben toen overgeschakeld op les in Alken, wat wel meeviel. Na twee jaar naaide ik gewoon verder zonder lessen. Ondertussen is naaien zo populair dat je overal wel handleidingen of filmpjes vindt om zelf dingen te kunnen maken. Ik heb drie jaar Vroedkunde gestudeerd: wegens drukte heb ik toen heel weinig genaaid en ook lang niet geblogd. Nu ik afgestudeerd ben heb ik de draad terug opgenomen, en ik geniet er echt van.

Welke drie woorden kies je als je jezelf moet omschrijven?
Eerst en vooral zachtaardig, misschien doordat ik graag voor mensen zorg en graag om ga met kinderen, voornamelijk met baby’s. Dat zit in mijn karakter, dat zachtaardige en lieve. 

Ook onzeker, over mezelf vooral. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik niet pas binnen het kader van de maatschappij. In het middelbaar was er de populaire kern en als je niet dezelfde kleding of interesses had als hen, viel je daar buiten. Toen vond ik dat moeilijk, trok ik mezelf dat enorm aan. Tijdens mijn opleiding Vroedkunde had ik ook dat gevoel, dat je werd gecreëerd door een bepaalde persoon. Nu ben ik sterker geworden en doe ik meer waar ik zin in heb. En hoewel ik zo onzeker ben, heb ik toch een persoonlijke blog. Misschien om mezelf te bewijzen? Om te tonen dat ik er ook mag zijn? 

Ten slotte kies ik voor creatief. Naaien is daar één voorbeeld van en ik knutsel ook graag of wanneer ik voor iemand een cadeautje maak dan pak ik dat graag heel mooi in. Al ben ik ook op andere vakken creatief. Voor mijn opleiding ben ik drie maanden op stage geweest in Zambia, en daar moest ik ook creatief zijn. Als je hier in Belgïe bijvoorbeeld een blaassonde moet steken, zit daar direct een zak bij, maar dat was daar in Zambia allemaal niet. Je moest zelf dingen gaan ineensteken.

Naaien is waarschijnlijk één van je grootste passies. Heb je nog andere passies?
Mijn tweede grootste passie is de vroedkunde. In de kleuter- en lagere school keek ik graag naar baby’s en speelde ik alleen met poppen. Al wilde ik toen nog liever onthaalmoeder worden of in een crèche werken. Pas tegen het einde van de lagere school en in het middelbaar begon ik te lezen over vroedvrouwen en vroedkunde. Ik kocht in de Kringloopwinkel boeken over zwangerschap en baby’s en over de verzorging van kinderen en de ontwikkeling van de foetus. Dan dacht ik: dat is iets voor mij. Na het zesde middelbaar heb ik getwijfeld, ik vroeg me af of vroedkunde echt was wat ik wilde, maar ik heb het dan toch geprobeerd en ik heb er geen spijt van gehad. 


Ik ben blij dat ik mijn diploma behaald heb, maar het was echt geen gemakkelijke opleiding. Emotioneel was het heel zwaar, vooral de stages. Hier in België werd er veel verwacht en leek het vaak niet goed genoeg. Soms haalde ik veel voldoening uit wat ik deed, terwijl ik op andere momenten huilend thuis kwam. Achteraf gezien was het niet de meest gelukkige periode uit mijn leven, maar ik ben er wel sterker uit gekomen. Spontaner, omdat je moet praten en initiatief nemen en zo leerde ik mijn plan te trekken. De Hella van drie jaar geleden is zeer verschillend van de Hella van nu.

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd tijdens je opleiding?
Je moet als vroedvrouw niet altijd blindelings de mening van de artsen volgen. In de Belgische ziekenhuizen is alles tegenwoordig heel medisch, maar er is ook nog een andere kant aan zwangerschap en bevallen dan de medische: de fysiologische. Alles moet snel vooruit gaan en er wordt ongelofelijk rap medicatie gegeven, terwijl je bijvoorbeeld ook terug kan gaan naar de begeleidende pijn en massages. Ik begrijp het volledig wanneer vrouwen in het ziekenhuis snel grijpen naar een epidurale verdoving want ze worden niet genoeg begeleid, zowel op vlak van omgaan met de pijn als op vlak van het opvangen van de weeën. In het ziekenhuis mogen vroedvrouwen zelden nog een normale bevalling begeleiden en uitvoeren en dat vind ik heel spijtig, terwijl je daar als vroedvrouw net voor bent opgeleid.

Tijdens je studies heb je een buitenlandse stage gevolgd in Zambia. Hoe was die stage?
Dat was een heel mooie ervaring, één van de mooiste die ik ooit zal meemaken. Ik wist vrij snel dat ik graag een buitenlandse stage wilde doen en toen ik hoorde dat ik in Zambia stage kon volgen met Amber, een andere studente vroedkunde, was ik zeer blij. Hier tijdens de stages in België voelde ik me niet op mijn plaats: ik stond te bibberen op mijn benen wanneer ik een bevalling moest doen. In Zambia was dit helemaal anders: je wordt een bevalling nooit gewoon want elke bevalling is anders, maar ik kreeg er zoveel zelfvertrouwen, iets wat in België niet lukte.

In Afrika hebben ze minder medische hulpmiddelen dan in België. Zijn er momenten geweest waarop je moest slikken?
Ik vond het vooral moeilijk wanneer er een baby stierf. Dat gebeurde regelmatig en in het begin had ik het daar heel moeilijk mee omdat het de moeders precies weinig deed. Na een tijdje wende ik aan hun reactie omdat ik die zo vaak zag. Hier in België is een kindje verliezen heel erg terwijl dat verdriet in Zambia heel snel verdween. 

Soms leek het alsof een leven daar weinig betekende. Ze weten daar ook dat ze minder middelen hebben om een kind te laten overleven en dat een doodgeboren baby kan gebeuren. Zij zien een doodgeboren kindje ook niet meer als een leven. Dat was voor ons als Belgische vroedvrouwen in het begin heel moeilijk om te begrijpen. 

In Zambia gaan ze ook anders om met vrouwen: zij hebben daar veel minder te zeggen en als ze verkeerd persten werd er soms echt geslagen. Ik ging daar niet tegenin, maar vooral in het begin was het moeilijk om te begrijpen, al merkte ik dat ze zich meer koest hielden tegenover de vrouwen wanneer wij erbij waren.

Wat is het mooiste dat je in Zambia hebt meegemaakt?
De momenten tijdens nachtshiften waren de mooiste: Amber en ik werkten dan alleen omdat de vroedvrouwen sliepen. De vrouwen die kwamen bevallen spraken geen Engels en wij konden slechts een beetje Chewa, een lokale taal van Zambia. Daardoor was het moeilijk om met die vrouwen te communiceren. Wanneer wij dan met ons twee een bevalling konden begeleiden van begin tot einde en elkaar konden aanvullen en we konden communiceren met de moeders ondanks de weinige woorden en soms zelfs een glimlach tevoorschijn konden toveren bij hen: dat was zo mooi.

Welke levensles heb je er geleerd?
Dat het met minder ook kan. Je hebt niet veel nodig om gelukkig te zijn. Daar moeten we hier in België en in onze huidige maatschappij meer bij stilstaan. We kennen het wel, less is more, maar er wordt niet genoeg aan gedacht.

Je bent afgestudeerd als vroedvrouw? Wat wil je nu doen met dat diploma?
Ik wil liever niet in een ziekenhuis aan de slag aangezien die shiften en die routine mij minder liggen. Misschien wil ik ooit op zelfstandige basis werken, maar momenteel ben ik aan het solliciteren bij Kind&Gezin en bij het Wit-Gele Kruis: in die richting. Bij moeders thuis op bezoek gaan, wat nu ook belangrijker zal worden aangezien vrouwen minder lang in het ziekenhuis mogen blijven na een bevalling. Daar is trouwens veel protest tegen, maar ik vind het een goede zaak: begeleiding aan huis na een bevalling is belangrijk en persoonlijker is dan langer in het ziekenhuis blijven.

Op je blog staat bij jouw persoonsomschrijving dat je heel vrolijk wordt van veel kleur.
Inderdaad, ik heb echt nood aan kleuren om gelukkig te zijn. Dat uit zich onder andere in mijn kledingstijl. Soms vraag ik me af of het niet te kinderachtig is, die kleuren, maar ik val altijd terug op kleurrijke stoffen, truitjes en kleding en dus volg ik gewoon mijn gevoel. Ik ben heel vrij en verrijkend opgevoed, als kind mocht ik al kiezen welke kleren ik droeg. Toen ik een jaar of zeven oud was, veranderde ik soms drie keer op een dag van outfit. Ik ben dus al van vroeger zo bezig met mijn kleren.


Waaruit haal jij jouw geluk?
Uit samenzijn met mensen die ik graag zie. Ik functioneer minder goed in een grote groep en vind het vooral leuk om persoonlijk af te spreken met anderen. Ook word ik echt gelukkig van dia’s te bekijken. Vroeger bladerde ik al graag in fotoalbums en nu nog doe ik dat graag. Maar mijn ouders hebben ook veel dia’s met foto’s van vroeger en ik merk dat ik dat nog leuker vind: die dia’s heb ik nog niet zo vaak gezien als de foto’s uit de albums. Die herinneringen van toen wij jong waren geprojecteerd op een muur in ons huis, dat maakt mij zo gelukkig. Ik vind het zo mooi en interessant om dat nu terug zien.

Niet alleen uit jouw liefde voor dia’s, maar ook uit jouw Instagram- en Pinterestaccount leid ik af dat je geniet van de kleine dingen. Klopt dit?
Ja, echt wel. Ik kan genieten van iets te gaan drinken, of van een bezoek aan een stoffen- of boekenwinkel. Wat ik ook echt graag doe is de was ophangen in de zomer, of in de winter met een muts en sjaal door de sneeuw wandelen. Grotere leuke dingen zijn op het moment zelf vaak zo overweldigend dat het moeilijk is om daar tegelijkertijd van te genieten, dat komt meestal pas achteraf. Terwijl ik me meer bewust ben van kleine dingen. Ook hier weer komt die levensles uit Zambia naar boven: minder gaat ook.

Van wat word jij ongelukkig?
Soms werd ik tijdens mijn stages echt gekleineerd door jongere vroedvrouwen, waar andere mensen bij stonden. Op zulke momenten kon ik in tranen uitbarsten maar dat deed ik natuurlijk niet. Ik kan er niet bij dat mensen dat doen, anderen zo kleineren. Ook met racisme heb ik het moeilijk. Nu met die vluchtelingencrisis bijvoorbeeld, als ik sommige reacties lees op het internet vind ik het echt erg hoe sommigen denken.

Hoe reageer je op zulke negatieve reacties of personen?
Het probleem is dat ik niet goed weet hoe ik daarop moet reageren. Dat is volgens mij weer die onzekerheid die komt bovendrijven. Ik durf daar niet goed tegenin gaan of durf er met die mensen niet over te praten en daardoor weegt dat zwaar. Achteraf uit zich dat in verdriet. Dan probeer ik daar met andere mensen over te praten, zij helpen mij daar bovenop. Als ik dat alleen zou moeten doen zou dat veel moeilijker gaan.

Naast je persoonlijke blog heb je over je stage in Zambia ook een blog bijgehouden. Deel je graag jouw gedachten en ervaringen met andere mensen?
Ja, heel graag. Ik merk ook dat ik met sommige mensen goed kan praten, over die twijfels, over de maatschappij en of je er wel genoeg bij hoort. En ook over vroedkunde en over mijn creativiteit. Veel van mijn vrienden zijn ouder dan mij en ik heb vaak het gevoel dat zij mij beter begrijpen. Ik word blij van de kindse dingen maar kom langs de andere kant wel heel volwassen over. Ik heb die uitersten nodig.


Je hebt heel lang gewerkt als jobstudente bij een kinderklerenwinkel en je hebt vroedkunde gestudeerd. Je houdt echt van kinderen hè?
Ja, echt waar, ik heb dat altijd gehad. Vroeger heb ik veel gebabysit en nu ben ik meter van één van de kindjes van mijn oudere nichten. Het maakt me gelukkig als ik bij hen kan zijn of met hen kan spelen. Veel mensen zeggen dat ik kinderen aantrek: ik ben klein van gestalte, zie er vrij lief uit en ben vaak kleurrijk gekleed. Misschien pas ik ergens wel echt in die kleurrijke kinderwereld. Kinderen zijn zorgelozer en eerlijker, iets wat wij als volwassenen moeten leren. Het leven gewoon leven. 
Ik wil zelf ongelofelijk graag kinderen, die drang is er altijd geweest. Soms vraag ik me af of dat wel normaal is. Ik wil ook echt een jonge mama zijn, ik kan me moeilijk voorstellen dat ik nooit kinderen zou hebben. Wanneer ik verliefd zou worden op iemand die geen kinderen wil, weet ik zelfs niet of ik nog zou willen verdergaan met die relatie. Ik weet zelfs hoeveel kinderen ik wil: drie. Vroeger wilde ik er altijd vier, maar nu lijkt drie me wel genoeg. Ik kom zelf uit een gezin met drie kinderen en dat lijkt me ideaal. Al heb je het natuurlijk zelf nooit in de hand.

Had je het moeilijk het Belgische leven los te laten wanneer je naar Zambia vertrok?
Neen, ik vond het helemaal niet moeilijk om mijn leven in Zambia op te bouwen. Integendeel, ik had het net veel moeilijker om terug te komen naar België. In Zambia voelde ik me heel sterk: ik had daar weinig zorgen en piekerde er amper, ik deed die stage daar echt graag. Maar wanneer ik terug kwam in België was alles veel moeilijker. Plots kwam er veel schoolwerk op me af en met mijn toenmalige vriend ging het opeens niet goed. Het was confronterend om te zien hoe snel je vervalt in je oude leven. Het leek alsof ik de sterke Hella van in Zambia kwijt was. Volgens mijn vrienden zit die Hella nog in mij, maar voor mij voelt het alsof die diep vanbinnen zit.


Heb je nood aan een stevige thuisbasis om op terug te vallen, of ben je eerder een onafhankelijke persoon?
Ergens ben ik wel onafhankelijk: ik woon graag zelfstandig en ben vrij opgevoed waardoor ik altijd mocht doen wat ik wilde. Maar anderzijds heb ik echt mensen nodig rondom mij. Ik vind het belangrijk dat ik een mooie plek heb om te wonen en ik hoop dat ik een partner ontmoet bij wie ik me goed voel en met wie ik na mijn werk samen kan eten en met wie ik op café kan gaan. Bij mijn ouders woonde ik in een dorp, wat ik als kind fijn vond, maar nu besef ik dat ik toch meer een stadsmens ben. Ik heb nood aan het leven in een stad, om met de fiets weg te kunnen, iets wat niet evident is als je woont in een dorp waar niets in de buurt ligt. 
Ik kijk er ook naar uit om mijn eigen huisje in te richten. Idealiter woon ik later met mijn partner en kinderen in een groot oud herenhuis in de stad, ingericht in een Scandinavische stijl en waar kleur zeker niet ontbreekt. Dan zet ik mijn naaimachine graag beneden op een vaste plaats, in de woonkamer, waar er geleefd wordt, zodat ik steeds omringd ben door anderen wanneer ik aan het naaien ben. En tot slot een kat erbij. Dat maakt het plaatje compleet. Wie weet hè, ooit.

Hoe zie je jouw toekomst?
Dat is een heel goede vraag. Ik leef altijd heel toekomstgericht: in het middelbaar was ik bezig met op kot gaan, op kot dacht ik al aan datgene na mijn studies. Maar sommige gebeurtenissen verstoren die toekomstbeelden, zoals de relatie met mijn vriend die nog niet zo lang geleden geëindigd is. Ik had me mijn toekomst zo ingebeeld in mijn hoofd, maar nu is dat weggevallen waardoor ik niet goed weet hoe ik mijn toekomst dan wel moet voorstellen. We zien wel. Ik droom ervan om gelukkig te zijn, met lieve mensen rondom mij. Dat is het allerbelangrijkste. En in de toekomst kinderen hè.

Neem zeker eens een kijkje op Hella haar blog: lafillehella.blogspot.com.